Lucy in the sky without diamonds

Lucy in the sky is een verhaal over afscheid nemen. Geschreven in 1982 op de laatste avond in Zuid-Amerika voordat ik weer terugreisde van Lima via Londen naar Amsterdam.
Huarás

Ongelooflijk, wat je op zo’n dag allemaal ziet aan kleuren en veranderingen in het landschap. We vertrekken van een hoogte van 3000 meter, stijgen naar 4100 meter en dalen daarna snel af in de richting van de Stille Oceaan. We rijden langs half afgebouwde of half ingestorte huizen. We worden gedwongen om afscheid te nemen van de Cordillera Blanca, die met zijn hoge besneeuwde bergen nog enige tijd schuin achter de groengele heuvels van de hoogvlakte is te zien. Hier kom je meer lama’s tegen dan mensen en soms een wandelaar met ezeltjes.

Lucie_in_the_sky

De weg kronkelt ver beneden me als een lint tussen de steeds lager wordende bergen. De bergwanden hier lijken wel door een graficus te zijn geëtst. Naast een huisje wordt eten klaargestoomd onder een hoopje aarde.

Lucie_in_the_sky

Een tijd rijden we langs kale, gelige bergen waar nog geen cactus zich lekker voelt.  Maar in de dalen, naast de naar de zee stromende rivier, het mooiste groen van de wereld. Het is het groen van de rijstvelden met de slingerende irrigatie­ dijkjes. We rijden door stoffige dorpjes en bij een van de militaire controles wordt een Peruaan uit de bus gehaald. Dan maken de bergen plaats voor grote vlaktes waar het groen van het suikerriet overheerst. Hier wonen geen kleine boertjes zoals daar boven in de Andes.

wild projects - Lucie_in_the_sky

We stoppen in een grijze kustplaats zoals er zoveel zijn langs de kust van de Stille Oceaan. De bus wordt precies voor de ingang van een restaurant gereden en iedereen wordt met zachte hand recht dat restaurant ingeleid. Snel een visje met patat en cola.  Na de snelle maaltijd reizen we een aantal uren door het droge en woestijnachtige kustgebied. Ik geniet als de bus op een steile zanderige helling rijdt met de blauwe zee enige tientallen meters onder me. Zo nu en dan een baai met moderne vissersboten, die de vismeelfabrieken moeten bevoorraden. Soms een klein bootje met een eenzame visser. Dicht bij Lima komen we langs een luxueuze badplaats met grote hotels. En een laatste militaire controle.

Lima

De Panamericano, die nu autobaan is geworden, splijt de buitenwijken van Lima doormidden. Op een kruispunt een vreselijk ongeluk. Paniek. Veel doden, maar de bus rijdt langzaam verder. De details lees ik de volgende morgen van alle voor­paginas: ‘Ongeluk na Eerste Communie’.

We rijden over de Plaza 2 de Maya of Plaza Bolognesi, dat gekke plein met al diezelfde ronde gebouwen. Een bijna in al z’n onderdelen uit elkaar vallende taxi brengt me in de buurt van m’n hotel. De chauffeur moet genoegen nemen met een paar honderd soles onder de al afgedingde prijs. Dat is pas onderhandelen. In Hotel Richmond, dat wel eens opgeknapt mag worden, lijkt het uitgestorven. Maar buiten, op het pleintje voor de La Merced kerk, speelt een groepje vrouwen enthousiast indiaanse muziek: ‘Poco a poco’.

Lucie_in_the_sky
Basilica of Nuestra Señora de la Merced in Lima

S’avonds in het restaurant op de hoek van het Parqua Universitario spelen Chinezen achter de bar de baas zoals in de hele buurt. Verder lopen er drie obers in witte jasjes, eigenlijk te oud om nog te werken. Drie dronken mannen en een nuchtere vrouw zitten aan een tafeltje. Hun stemmen verdrinken in het lawaai van de straat, dat door de open deuren het restaurant binnenstroomt. In een hoek zitten twee aangeschoten officieren tegenover elkaar, hun petten op de lege stoelen naast hen. Het lijkt me dat zij in een weinig verheffend gesprek zijn verwikkeld.

Lucy in the sky without diamonds

‘Lucy in de sky’, ik denk aan je, Lucia. Na twee dagen en nachten te gek zijn gegaan met haar in Huarás? ‘Pah, pah, pah, jah, Mentiroso’ schiet het door m’n hoofd. Dat was het uitdagende zinnetje dat Lucia vaak tegen me zei. Haar moeder overleden bij een aardbeving, maar Lucia is een vrolijke meid.

Lucia in the sky van Huarás, maar dan zonder diamanten

Lucie_in_the_sky

‘El Caballo Rojo’ lees ik in neon aan de andere kant van de straat. Hoeveel mensen hebben geen elektriciteit in Lima? Eén miljoen?  De Chinees achter de bar slaat met zijn vliegenmepper in de glazen kast met etenswaar. La Rimascente. Steeds komen mensen het restaurant binnen om zich in de stinkende hoek te ontdoen van hun volle blaas.  Als ik denk aan al die kinderen, die de hele avond het ene na het andere restaurant inlopen om één sigaretje te verko­pen, dan geneer ik me dat ik eet. Een dronken man komt bij me zitten, spreekt een paar Engelse woorden en roept keihard om een glaasje om wat bier van me te kunnen bietsen.

De laatste avond in Latijns Amerika. Ik denk aan het archeologische museum, waar het kijken me vanmorgen lastig werd gemaakt door de geüniformeerde schoolmeisjes, die meer belangstelling voor mij hadden dan voor de prachtige keramische kunst van hun voorouders.

Lucie_in_the_sky
het archeologisch museum in Huarás

Ontmoet ik een paar dagen geleden ook nog ‘Lucy in de sky’, de leukste en swingendste meid van het hele continent en zit ik me hier toch heimwee te krijgen. Heimwee voordat ik weg ben. Dat is wel heel sterk. Ik denk aan die Hollander, die vanmiddag heel gerimpeld tegen me zei: “Je moet nu al plannen maken om terug te komen”. Dat doen we vanavond dus maar.

Hoe zal ik me voelen als ik weer in Nederland ben? Als troost bestel ik een stuk aardbeientaart. Opvallend dat mannen in het openbaar veel vaker een arm om hun vrouwen heen hebben geslagen dan andersom, denk ik tussen de happen taart door.

Hongermars van 758 kilometer

Mijn lichaam gloeit van de Latijns-Amerikaanse sentimenten. Ik snap nu ook wat Greg bedoelde met die speciale sfeer in Peru. Of voel ik een andere sfeer? Grotere tegenstellingen dan in Colombia en Ecuador. Daarom ook gevoeliger, meeslepender en dramatischer? Of overdrijf ik nu, omdat het mijn laatste avond is. Misschien ook doordat de kranten in Peru zoveel sensatie in hun kolommen stoppen.

De laatste weken bijna iedere dag een foto van een lijk op de voorpagina’s. Of door die hongermars van zeshonderd mijnwerkers uit Ayacucho, die met hun vrouwen en kinderen 758 km naar Lima lopen om negen maanden achterstallig loon te eisen. Onderweg zijn al twee kinderen geboren. ‘Una dio a luz en plena carretera’, stond er in de krant. Of de arbeiders vanmiddag voor het Ministerie van Arbeid. Met hun plastic helmen op, uren lang als soldaten in een onbeweeglijke en vastberaden houding. Om hun waardigheid te tonen aan een corrupte politieke leiding?

Voor het eerst in vier maanden drink ik weer eens tapbier. ‘Cerveza Cristal, La Campeona. Chopp!’. In Peru is de levensstandaard in de steden aanmerkelijk hoger dan wat ik in de laatste maanden in de andere landen gewend was.

Vaak heb ik gedacht dat de mensen in Latijns Amerika op de een of andere manier gelukkiger kunnen zijn. Verbeeld ik me dat? Zo schiet van alles door m’n hoofd, die laatste avond.

Lucie_in_the_sky

Toffees

Maar hier is een drama ook een drama. Zoals die metselaar, die s’morgens in alle vroegte door een bus wordt doodgereden. En de voorbijganger, die zijn zakken en sokken doorzoekt om hem te beroven. Een van zijn broers bedekt later zijn bloed op de straat met aarde. Zijn vrouw blijft met haar vijf kinderen achter, terwijl ze ook nog in verwachting is van de zesde. Het gezin woonde pas een jaar in Lima, omdat het op hun geboortegrond onmogelijk was geworden om in leven te blijven. Een collecte moet het geld bijeen brengen voor de begrafenis. De moeder kan al­ leen maar hopen dat een of andere liefdadigheidsinstelling wat geld voor haar verslagen gezin heeft.

Ik koop vier toffees van een meisje na haar aanhoudende vraag om van haar ‘por favor’ wat te kopen.  Alsof haar leven ervan afhangt. Al die dingen, die om me heen gebeuren schrijf ik op papieren servetjes, bang dat ik anders die speciale sfeer zal vergeten.

Lucie_in_the_sky_wild_projects
straat in Lima met schoenpoetsers

Vandaag heb ik een winkel gezien met schoenpoetsers. Een soort super-schoenpoetsmarkt. Ook dat is hier in Peru georganiseerd. Een van de toffees geef ik aan het jongetje, dat nu al voor de derde keer langs m’n tafeltje komt met een stapeltje fotoalbums. Na een klein kwartiertje komt hij weer langs, maar loopt nu door. Hij kijkt naar me alsof hij me al jaren kent.

Ze moeten me wel een rare vinden. Zit ik hier met al die gedachten naar al die andere tafeltjes te kijken om dan opeens zeer serieus de dop van mijn blauwe pen te trekken en fanatiek te gaan schrijven.

Mijn laatste avond in Latijns Amerika. Door m’n hoofd spookt nog steeds ‘Lucie in de sky’. “No gracias señor, muy amable”, zegt mijn buurman tegen een man, die hem een boekje wil verkopen. De tolerantie van deze mensen is ongelooflijk.

Dm de paar minuten komt iemand aan je tafel. Nu komt een lotenverkoper langs. Eigenlijk zou ik er een op deze laatste avond moeten kopen en zo maar aan iemand moeten geven, die ‘natuurlijk de hoofdprijs wint of iets waar die niets aan heeft maar dat is altijd weer koopwaar’. Als Latino’s iets willen dan doen ze het ook ‘poco a poco’.

De straat is vol met mensen en koopwaar. Vooral boeken en tijdschriften.  Met wat zoute pinda’s in een papiertje loop ik naar Hotel Richmond met zijn hoge duistere gangen.

De laatste avond, Lima 1982 / Lucia werkte in het archeologisch museum van Ancash in Huarás.

Lucie_in_the_sky-sketch_Huarás_1982
schets van bergen in Huarás

HOME

Share