Tagarchief: start-ups

Marineterrein: van scheepswerf naar innovatiecampus

Marineterrein wordt innovatiecampus

Een innovatiecampus ontwikkelen op het Marineterrein is van groot belang voor de economische en wetenschappelijke positie van Amsterdam. Het is een prachtige locatie in het centrum van de stad. Met de fiets, veerponten, trein en metro zijn universiteiten, HBO’s en kennisinstellingen gemakkelijk te bereiken. Breng een grote diversiteit aan disciplines en ambitieuze mensen bij elkaar om maatschappelijke problemen op te lossen. Zo ontstaat weer nieuwe kennis, samenwerking en nieuwe mogelijkheden. Door de verzamelingen van mensen, kennis, creativiteit en ambitie ontstaat een brandpunt van dynamiek en ruimte voor vernieuwing.

Aan de oostkant van het Marineterrein kan een compacte woon-werkwijk ontstaan voor studenten en start-ups. Geen torenhoge verticale campus zoals in veel Amerikaanse steden, maar smalle straatjes, pleintjes en witte woon-werkcomplexen met groene dakterrassen. Beeldbepalende, industriële gebouwen blijven behouden. In de compacte wijk ontmoeten studenten en startende ondernemers elkaar op straat, op de pleintjes en de groene dakterrassen. Voor innovatie is nabijheid van interessante mensen en allerlei functies een belangrijke voorwaarde.

De locatie kan dan uitgroeien tot een internationaal zeer gewilde plek.

Het witte en groene karakter van de Plantage-buurt kan als basis dienen voor de architectuur van de nieuwe wijk. Door compact en met vijf tot acht etages te bouwen kunnen de kosten van de bouwwerken en de infrastructuur worden beperkt.

Marineterrein - innovatiecampus - wild projects
optie: innovatiecampus en muziekplein

Amsterdam presteert nog onvoldoende als universiteitsstad

Met 6,6% internationale studenten blijft de stad ver achter bij steden als Londen (26%), Parijs (22%), Berlijn (16%), Zürich (24%), Wenen (23%), Barcelona (11%) en Brussel (26%), zo blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau StudentMarketing.

Toch is Amsterdam wereldwijd nummer 5 van de meest bezochte steden door jongeren. De stad profiteert dus veel te weinig van de populariteit onder jongeren. Amsterdam wordt door jongeren vooral gezien als een stad om te bezoeken en te feesten, maar niet om te studeren.

Banen en inkomsten door buitenlandse studenten
“Internationaal hoger onderwijs zorgt voor veel werkgelegenheid. Elke internationale student creëert ongeveer een derde lokale baan en 10.000 euro aan extra economische activiteit. Internationale studenten zorgen daarnaast voor meer bezoekers. Van de buitenlandse studenten geeft 90 procent aan dat ze in hun studiestad willen blijven. Dit betekent dat een hoger aandeel internationale studenten Amsterdamse bedrijven zullen voorzien van een ruimer aanbod jong talent.”

Bron: www.classof2020.nl/amsterdam-university-capital 

Afgestudeerde internationale studenten die in Amsterdam hebben gestudeerd, willen graag blijven. Zij vinden echter onvoldoende aansluiting naar werk. Daarnaast zijn er te weinig betaalbare woon- en werkruimten.

Hoog tijd om in deze situatie verandering aan te brengen met de innovatiecampus op het Marineterrein.

Geen Neelie Kroes campus

De campus is bedoeld als verzamelplek voor alle disciplines en geen ICT-campus met een app’je hier en een app’je daar. Internet bedrijven kunnen uitgroeien tot grote wereldwijde spelers, zoals Booking.com, maar dat zijn uitzonderingen. Bij een ICT-gedreven campus, zoals bij de StartUpDelta, heerst een onbegrensd geloof in de wonderen van big data, open data, apps en andere ICT-toepassingen.  Rutger Bregman van de Correspondent schreef hierover een artikel met de titel De Grote Disruptive-Start-up-Out-Of-The-Box-Co-Creation-in-the-Cloud-Bullshit-Bingo.

Bejubeld worden ze, zo schrijft Bregman: de ‘innovatieve start-ups’ die vanuit Nederland de wereld veroveren. Maar als je ziet voor welke problemen deze bedrijven oplossingen bedenken, rijst de vraag: waarom eigenlijk?

Op de internationale innovatiecampus komen kennis, allerlei vakgebieden en ambitieuze mensen bij elkaar die maatschappelijke problemen willen oplossen. Zo ontstaat weer nieuwe kennis, samenwerking en nieuwe mogelijkheden. Door de verzamelingen van mensen, kennis, creativiteit en ambitie ontstaat een brandpunt van dynamiek en ruimte voor vernieuwing.

Wat is het doel van de innovatiecampus?

Het doel van de campus is:

  • Aanzienlijk meer buitenlandse studenten naar Amsterdam trekken
  • Creatieve, innovatieve en ondernemende studenten met een grote mix aan studierichtingen in de campus huisvesten (studenten moeten ‘solliciteren/motiveren’ om toegelaten te worden)
  • Afgestudeerde (internationale) studenten faciliteren om een bedrijf te starten
  • Een internationale ontmoetingsplaats voor wetenschappers, designers, bezoekers uit de hele wereld realiseren
  • Een nieuwe aantrekkelijke, internationale wijk in het centrum met innovatieve mode- en designwinkeltjes, ateliers, etc. ontwikkelen.

Verdeelsleutel en criteria

Voor het toewijzen van woon- en werkruimten aan creatieve, innovatieve en ondernemende studenten en starters kan een bepaalde verdeelsleutel worden gehanteerd. Bijvoorbeeld 30% Nederlandse studenten, 40% buitenlandse studenten en 30% veelbelovende starters. Studenten worden niet zomaar toegelaten. Zij worden geselecteerd op basis van hun passie om een bijdrage te leveren met hun studie aan een betere wereld.

Veder kunnen aan de hand van selectiecriteria -zoals bijvoorbeeld de kwaliteit van een businessplan- talentvolle afstudeerders worden gefaciliteerd. Het is belangrijk voor de kennisdeling en versnelling van het innovatieproces dat in de wijk een mix wordt gehuisvest van studenten die (medische) technologie, life & neuro sciences, informatica, design, etc. studeren. Want diversiteit van disciplines, talent, passies en ervaringen is een belangrijke voorwaarde voor creativiteit, innovatie en ondernemerschap.

In het begin zal er sprake zijn van organische groei en zullen de criteria flexibel worden gehanteerd om de woonruimtes vol te krijgen in het geval er nog te weinig buitenlandse instroom op gang is gekomen. Dit kan door buiten de categorie en criteria vallende studenten een tijdelijk huurcontract te geven. Maar het realiseren van het doel -meer talentvolle buitenlandse studenten aantrekken- heeft prioriteit. Omdat dit van groot belang is voor de ontwikkeling van Amsterdam

innovatiecampus_wild_projects

Gezamenlijk aan de slag

De campus kan een gezamenlijk project en investering worden van de gemeente Amsterdam, de UVA, VU, enkele nieuwe universiteiten, de HVA, AMC, VUmc, kennisinstellingen en investeerders zoals de Pensioenfondsen ABP en PGGM, commerciële investeerders en woningbouwcorporaties zoals de Key.

Om de risico’s te verdelen kunnen blokken van de compacte wijk door verschillende partijen worden ontwikkeld. Wel zullen de gehanteerde doelen, opzet, karakter, architectuur en de criteria door alle betrokken partijen gedeeld en nageleefd dienen te worden.

“Het aantrekken van meer buitenlandse (top)studenten (…) is een speerpunt van onze gezamenlijke inzet samen met de Board (Amsterdam Economic Board) de komende periode.” Louise Gunning, collegevoorzitter UvA en HvA.

Waarom is de innovatiecampus voor Amsterdam een noodzaak?

  1. Klimaatverandering, matige leefbaarheid in steden en spanningen in de samenleving vragen om grotere inspanning om problemen aan te pakken. Talent uit binnen- en buitenland is nodig om deze uitdaging te kunnen oppakken.
  2. Door de globalisering vindt het proces van kennisontwikkeling en -toepassing veel sneller plaats. Het faciliteren van excellente leer-, ontwikkel- en maakplekken is een noodzakelijke voorwaarde daarvoor.
  3. Kennistoepassing vindt efficiënter en effectiever plaats in steden met veel ontmoetingsplekken, broedplaatsen, tijdelijke, experimentele locaties zoals De Ceuvel, internationale kennisinstellingen, onderzoekscentra zoals Sarphati Institute, maakacademies zoals Design Academie Eindhoven, intermediaire organisaties zoals Mediamatic en Pakhuis de Zwijger, en vooral ook door bottom up initiatieven gefaciliteerd door de lokale overheid.
  4. De relatie tussen universiteiten en samenleving is nog vrij onderontwikkeld. De moderne wetenschapper leeft in een naar binnen gekeerde wereld, mijdt het publieke debat en is vooral bezig met het schrijven van onderzoeksaanvragen en artikelen voor vakgenoten.[1] Een grote internationale campus met ondernemende studenten en start-ups kan zorgen dat wetenschappers zich meer gaan richten op kennistoepassing.
  5. Meer creatieve en innovatieve experimenten, start-ups en bedrijven zijn nodig om de ontwikkeling richting circulaire economie en een gezonde, sociale en slimme, clean tech stad te versnellen. De internationale innovatiecampus stimuleert dit innovatieve proces.
  6. Amsterdam heeft een grote achterstand voor het aantrekken van buitenlandse studenten. Volgens de Class of Amsterdam trekt de stad “ieder jaar 1,2 miljoen jonge toeristen, maar maakt nauwelijks plaats voor buitenlandse studenten. In een vergelijking tussen negen Europese steden is Amsterdam de minst internationale studentenstad. De achterstand van Amsterdam op andere steden groeit de komende jaren.” Bron persbericht via http://classof2020.nl/amsterdam-university-capital/
  7. Amsterdam heeft minder internationale studenten. Met 6.750 internationale studenten (6,6%) blijft Amsterdam onder het niveau van vergelijkbare Europese steden. Londen is in Europa koploper met ruim 100.000 studenten uit het buitenland, maar ook steden als Kopenhagen, Berlijn, Madrid en Wenen hebben ieder ruim driemaal zoveel internationale studenten als Amsterdam. Ook binnen Nederland is het aandeel internationale studenten lager dan gemiddeld. Bron: rapport Wordt Amsterdam de University Capital van Europa? Internationaal Hoger Onderwijs als economische motor? Aanbevelingen van The Class of 2020 Conferentie aan de stad Amsterdam. Februari 2014.
  8. Volgens dezelfde bron: Als de stad het aantal internationale studenten zou weten te verdubbelen dan zorgt dit voor een pool aan internationaal talent die de economie hard nodig heeft. Het levert duizenden banen, miljoenen aan investeringen en honderden mogelijke nieuwe startups op. Maar zelfs met een verdubbeling hoort Amsterdam bij de achterhoede van Europa.
  9. Afgestudeerde internationale studenten willen graag blijven, maar vinden onvoldoende aansluiting naar werk en ondernemerschap. Het actief koppelen van studenten aan bedrijven via stages en het ondersteunen van startups verhoogt de kans op een langdurig verblijf in de stad. Zie bron via http://issuu.com/buenagente/docs/the_class_of_2020_magazine_report_20110914_m. Ook uit onderzoek van Bureau Broedplaatsen blijkt dat bijvoorbeeld internationaal talent van de Rietveld Academie vertrekt omdat er onvoldoende betaalbare woon- en werkruimte is.
  10. Amsterdam groeit de komende tien jaar naar verwachting met 60.000 inwoners (tot 2040 komen daar nog zo’n 100.000 bij). Indien er geen aparte internationale campus wordt gebouwd zal de druk op de woningmarkt nog verder stijgen en zal Amsterdam er waarschijnlijk niet in slagen het aantal buitenlandse studenten te laten stijgen.
  11. Amsterdam loopt in vergelijking met Londen en andere Europese steden extra werkgelegenheid en inkomsten mis. Elke internationale student creëert ongeveer eenderde lokale baan en 10.000 euro aan extra economische activiteit. Internationale studenten zorgen daarnaast voor meer bezoekers. Ook de extra dynamiek en sociale mobiliteit zal de stad dan mislopen.

Growth of the student population of the Netherlands and Amsterdam between 2007 and 2013. The percentage of foreign students in Amsterdam grew less rapidly than for the Netherlands as a whole. Bron: Nuffic, 2014

Aantrekkelijke studies voor buitenlandse studenten en experimentele vrijplaatsen

Om meer buitenlandse studenten te trekken zal Amsterdam op technologie-ontwikkeling en -toepassing gerichte studies moeten aanbieden. Het gaat bijvoorbeeld om:

Medische technologie: combinatie van neuroscience, life sciences, medische technologie, onderzoeksinstituten zoals AVL en MESA+ nanotechnology research institute (Twente) en bedrijven zoals Philips medische technologie en start-ups op de Internationale InnovatieCampus (IIC)

Circulaire economie, klimaatverandering en stad van de toekomst: combinatie van onderzoek, stedelijke- & technologie-ontwikkeling door samenwerking tussen universiteiten en HBO’s, AMS Institute (Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions), bedrijven, start-ups en het toepassen van nieuwe concepten en technologie op experimentele locaties en test beds in Amsterdam (zoals de Ceuvel) en Almere Floriade en Oosterwold.

Compared with the other cities, Amsterdam has few international students. In 2020 the difference is even greater. Bron: Studentmarketing, Wenen

internationale innovatiecampus IIC wildprojects


[1] Universiteit blinkt uit in opschepperij. Interview met Henk Wesseling over perverse prikkels in het universitair onderwijs en onderzoek. De Volkskrant 12 april 2014

Voor meer informatie over campusontwikkeling www.campus.uva.nl

Artikel van Rutger Bregman https://decorrespondent.nl/2516/De-Grote-Disruptive-Start-up-Out-Of-The-Box-Co-Creation-in-the-Cloud-Bullshit-Bingo/213909907376-05eb134d

Essay Agenda Stad https://webmail.xs4all.nl/?_task=mail&_action=get&_mbox=INBOX&_uid=13980&_part=2

Share

Gemeente, faciliteer de economie van onderop

Gemeenten kunnen veel meer dan nu gebeurt de economie van onderop stimuleren en faciliteren. Waarom deze oproep?

De sombere perspectieven op de arbeidsmarkt roepen de vraag op waar nog wel groei is van werkgelegenheid. Deze vraag stond in de kop boven een artikel in De Volkskrant van 29 januari 2013. Massa-ontslagen bij banken, verzekeringsbedrijven en in de uitgeverij, geen opdrachten in de bouw, fabrieken die hun poorten sluiten en amper vacatures voor net afgestudeerde jongeren. Ook de detailhandel heeft het zwaar door de crisis. Je ziet het aan de leegstaande winkels. Bovendien verandert door internet het koopgedrag.

De werkgelegenheid zal de komende vijf tot tien jaar niet groeien, aldus arbeidsmarkt specialisten. Tien jaar geleden werden nog ernstige tekorten voorspelt. Maar door de bankencrisis, de bezuinigingen, de huizen- en bouwcrisis, de hoge schulden, lagere inkomens daalt de binnenlandse vraag. Bovendien blijven ouderen langer werken en daarmee valt de vervangingsvraag van nieuwe instromers tegen.

Er blijft dus niet veel anders over dan zelf werk te creëren. Daarom de oproep aan gemeenten om jongeren te stimuleren een eigen bedrijf te starten. Gemeenten kunnen dit faciliteren door betaalbare werkruimten beschikbaar te stellen om te experimenteren, samen te werken, etc.

Do it yourself & work together beweging

De vraag naar goedkope woon- en werkruimte in grote steden is enorm. Amsterdam heeft al 50 broedplaatsen wild projects 3D printervoor creatieve bedrijven maar dat is nog steeds veel te weinig. Steeds meer mensen willen zelf aan de slag om de wereld mooier, duurzamer en socialer te maken. Dit kan variëren van het maken van apps, opzetten van pop-up winkels, stadstuinen en buurtrestaurants (hotspot hutspot in Rotterdam), de tijdelijke invulling van een leegstaand gebouw, het samen bouwen van woningen en het ontwerpen en maken van voorwerpen met 3D printers. Deze beweging van onderop tref je aan in steden, zoals Berlijn, New York, Amsterdam en Eindhoven.

Wat zijn de kenmerken van deze do it yourself & work together economie?

  • het zijn vaak jonge, creatieve en innovatieve ondernemers die hun talenten, kennis en krachten delen en bundelen en
  • uitblinken in het nemen van initiatieven en deze samen met sociaal kapitaal uitvoeren
  • of de ontwikkeling van een product met crowd funding financieren
  • verschillende kennisvelden met elkaar integreren en
  • hun producten en diensten met nieuwe vormen van creativiteit weten te vermarkten (bijv. pop-up stores, tijdelijke locaties)
  • vaak maken ze gebruik maken van wat er al is, zoals gebruikte materialen (sloophout) of ontwikkelen nieuwe materialen, zoals bioplastics (circulaire economy)
  • veel starters zijn verbonden met en spelen in op de behoefte van de lokale/sociale omgeving
  • ze maken gebruik van nieuwe technologieën en de nieuwe maakindustrie (3D cutters en printers in bijv. iFabrica)
  • het is vaak maatwerk en innovatieve / duurzame maakprocessen (de Fair Phone)
  • ze opereren in broedplaatsen en oude industriële gebouwen met nieuwe, coöperatieve werkgemeenschappen en
  • organiseren multi-project activiteiten (zoals het fysieke platform NDSM; maar ook met virtuele platforms). 

Belangrijk is ook de rol van organisaties zoals Mediamatic, Pakhuis de Zwijger en Dutch Design Week die innovatie in Amsterdam en Eindhoven stimuleren.

De beweging van onderop is in het onderstaande schema als onderste laag toegevoegd aan de bestaande economische structuur.

wild projects
nieuwe economische structuur
Hoe kan een gemeente do it yourself & work together stimuleren?
Gemeenten kunnen dit op de volgende manier doen:
Zorg voor betaalbare werkruimten (ca. 300 – 400 € per maand)
Goedkope werkruimten zijn cruciaal voor de opkomst en groei van de economie van onderop. Belangrijk is ook dat de gebouwen in de buurt staan van kennisinstituten, het uitgaansleven, betaalbare woningen en culturele instellingen. De meeste starters beschikken niet over startkapitaal en hebben geen geld voor hoge huren, luxe middelen, dure kantoorinrichtingen en lease auto’s. De ‘do it yourself & work together’ ondernemers moeten het geld dat ze hebben, kunnen investeren in de noodzakelijke productiemiddelen.
Den Haag stimuleert de creatieve sector
Creatieve Stad Den Haag is het programma van gemeente Den Haag, dat de creatieve sector stimuleert en promoot. Het programma heeft 2 zwaartepunten: de economische duurzaamheid van creatieve initiatieven en de zichtbaarheid van de creatieve sector.
De Creatieve Stad Den Haag ziet graag dat creatieven ook succesvol ondernemer worden. Hun ideeën en initiatieven moeten leiden tot een inkomen. Dat stimuleert de Creatieve Stad Den Haag op allerlei manieren. Hoe? Bijvoorbeeld met een subsidie. Ook heeft Den Haag een aantal creatieve panden waar ondernemers tegen een gunstige prijs werk- of atelierruimte kunnen huren.
Wat gebeurt er in Almere?

Almere heeft één broedplaats voor de creatieve sector in het gebouw De Voetnoot. Verder zijn er twee commerciële broedplaatsen voor mkb-bedrijven en zzp’ers. Voor starters zijn er nauwelijks mogelijkheden. Almere heeft veel leegstand maar dit zijn relatief nieuwe gebouwen. De huren zijn veel te hoog voor starters en beginnende bedrijfjes. Een aanzienlijk deel van de jongeren studeert in Amsterdam, Utrecht, Delft en Twente. De vraag is hoe deze jongeren verleid kunnen worden om in Almere een bedrijf te starten. Een lage huurprijs en begeleiding van de start-ups kunnen helpen om dit aantrekkelijk te maken. Andere ingrediënten om de economie van onderop te stimuleren, kunnen zijn: een fonds voor start-ups en een gebouw in het centrum van Almere-Stad waar de jonge ondernemers aan de slag kunnen gaan.

wild projects - 10 start-ups

Share

2,5 miljoen euro voor een Amerikaans hotel in Almere?

De gemeente Almere is van plan om 2,5 miljoen euro te geven aan een Amerikaanse hotelketen om Alnovum te verbouwen tot hotel. GroenLinks heeft hierover vragen gesteld aan het college, zo meldde de krant Almere Vandaag op 5 juli. Wat wil de gemeente hiermee bereiken? De gemeente is eigenaar van het pand en zal waarschijnlijk huur van deze Amerikaanse multinational ontvangen. Het is natuurlijk goed om arbeidsplaatsen te creëren voor laaggeschoolde mensen. Maar de kans is groot dat zij als flexwerkers met tijdelijke contracten worden ingezet voor het schoonmaken van kamers en het opmaken van bedden. Daarmee zal deze 2,5 miljoen euro zal niet zorgen voor een structurele versterking van de lokale economie.  Wat zijn eigenlijk de argumenten van het college om dit bedrag over te maken aan de kapitaalkrachtige hotelketen met duizenden hotels wereldwijd? Op de website van de gemeente Almere is geen document over dit voornemen te vinden. Waarom wordt dit bedrag niet besteed aan een structurele investering in werkgelegenheid? Bijvoorbeeld voor de huisvesting van start-ups? Veel jongeren uit Almere studeren in Amsterdam, Utrecht, Delft, Eindhoven en Twente. De kans is groot dat zij blijven hangen in deze plaatsen omdat zij daar meer kans hebben op een baan. Bovendien hebben de universiteiten en hogescholen faciliteiten voor het starten van een bedrijf. Almere kan de 2,5 miljoen euro beter inzetten om jongeren te verleiden in hun oorspronkelijk woonplaats een bedrijf te starten. Dit kan met het aanbieden van ‘eerste jaar gratis huisvesting’, lage huurprijzen en het geven van begeleiding. Ondernemers in Almere zullen vast en zeker ook bereid zijn om als mentor van starters op te treden. De gemeente Almere kan met dit bedrag dus veel meer waarde realiseren dan het weg te geven aan een Amerikaanse multinational.wild projects

Share

Geneesmiddelen goedkoper met een Europese Coöperatie

Een Europese coöperatie voor geneesmiddelen zorgt voor een Europees antwoord op de macht van de multinationals, goedkopere medicijnen en geeft werk aan hoogopgeleide jongeren.

Terwijl de komende jaren wereldwijd de uitgaven voor research & development in de farmaceutische sector stijgen, nemen de uitgaven in Europa in snel tempo af. Steeds meer nieuwe medicijnen worden ontwikkeld in opkomende landen zoals Brazilië en Rusland. ‘Farmaceuten verlaten de oude wereld’, staat boven een artikel in de Volkskrant van 3 juli 2013. Steeds meer geneesmiddelen komen uit de biotechnologie. Deze zijn moeilijker na te maken dan chemisch vervaardigde medicijnen. Het kweken van cellen in biologische laboratoria is een veel gecompliceerder proces dan een werkzaam molecuul te kopiëren en daar pillen van te slaan. Daarom is er minder animo bij fabrikanten om in dat proces te stappen. Ondanks het vertrek van grote fabrikanten uit Nederland zijn er wel veel start-ups in Nederland actief in de sector. Tot zover het artikel.

De risico’s liggen bij de start-ups omdat het onderzoek tijdrovend is en succes niet zeker is. De machtige multinationals hoeven zelf minder onderzoek te doen omdat zij een monopoliepositie hebben in het distribueren van medicijnen naar artsen, ziekenhuizen en patiënten. Door de stijgende zorgkosten is dit een verontrustende ontwikkeling. Dus wordt het hoog tijd voor een Europees antwoord.

Dit kan door het opzetten van een Europese onderzoekscoöperatie voor de ontwikkeling van geneesmiddelen. Een soort Airbus, niet voor vliegtuigen maar voor de productie van nieuwe geneesmiddelen.

Geneesmiddelen goedkoper

Waarom is een farma-coöperatie nodig? Het is van belang voor:

  1. Het opnieuw opbouwen van de R&D positie van Europa in de farmaceutische sector
  2. Het ontwikkelen en produceren van medicijnen in samenwerking met start-ups in de landen van de Europese Unie
  3. Het verrichten van fundamenteel onderzoek naar vervangers van niet meer werkzame geneesmiddelen door  het (overmatig) gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw en leefomgeving
  4. Het op de markt brengen van geneesmiddelen voor de vergrijzende samenleving die de kosten daarvan moeten helpen beheersen.
  5. Het opzetten voor het creëren van werk voor duizenden hoogopgeleide jongeren in de EU.

Ook van belang is het ontwikkelen van een gemeenschappelijk EU inkoopbureau voor het kopen van medicijnen van multinationals. Met gebundelde inkoopmacht kan goedkoper worden ingekocht. 

geneesmiddelen
Een impressie van het nieuwe EMA-kantoor in Amsterdam

De EU zal enkele tientallen miljarden van de landbouwsubsidies moeten overhevelen naar de farma-coöperatie. De landbouw is ‘schuldig’ aan de verspreiding van resistente bacteriën en schimmels door het (overmatige) gebruik van antibiotica, insecticides, etc. Bovendien leveren de landbouwsubsidies geen banen op. De farma-coöperatie zal bestaan uit een aantal laboratoria in de EU-landen met verbindingen naar de universiteiten. In de labs werken jongeren en wetenschappers uit verschillende landen. In een Spaans lab werkt dan personeel uit de hele EU. Dit zorgt voor interne controle op de prestaties van de laboratoria. Daarnaast is ook extern  toezicht nodig om de prestaties te beoordelen. Dit zal zeer stevig moeten zijn om verkwisting van Europees geld te voorkomen. Naast het uitvoeren van Europese onderzoeksprojecten in de eigen laboratoria investeert de coöperatie ook in start-ups. Veelbelovende producten worden in de EU-laboratoria getest voor de grootschalige klinische testfase. De EU-landen investeren jaarlijks een bepaald bedrag per inwoner in de farma-coöperatie. Naast het collectieve Europese aandeel worden de landen dan voor bijvoorbeeld 50% mede-eigenaar. Naast de noodzaak om aan de slag te gaan, kan zo’n project zorgen dat burgers de EU meer gaan waarderen.

Europese Agentschap voor Medicijnen (EMA) naar Amsterdam

Als politici hun handen uit de mouwen steken kan een onderzoekscoöperatie en een inkoopbureau worden gerealiseerd.  Kijk maar naar de promotie van Amsterdam om de EMA binnen te halen.

Share