wild_projects_social_smart_cities

social design

Social design is ontwerpen, veranderen en technologie implementeren vanuit een sociale invalshoek. Social design is ook van toepassing op het ontwikkelen van de stad van de toekomst. 

Je vraagt jezelf steeds af welke invloed bijvoorbeeld de invoering van een nieuwe technologie heeft op een individu, organisatie of samenleving. Bij het maken van een ontwerp wil je dat het resultaat een verbetering is voor mens en omgeving. Dit is altijd de focus geweest in mijn werk en mijn activiteiten.

In de jaren tachtig door te zorgen dat bij de invoering van nieuwe technologieën de kwaliteit van het werk van de gebruikers verbeterde. Tegenwoordig door de bewoners centraal te stellen in de ontwikkeling van de stad van de toekomst. WeResearch-TheCity, WeDesignTheCity, WeMakeThe.City.  social design

 

 

 

 

 

Dit is een lange pagina met veel informatie. Ten eerste over de jaren tachtig en negentig over de invoering van nieuwe technologieën. Ten tweede over de opkomst van de internet-economie, informatisering, groene ICT en duurzame bedrijfsvoering. Ten derde over smart cities, dat je de stad ook slimmer kunt maken zonder ICT en over data en het vergaren en manipuleren van software en data.

1. Integrale aanpak, sociotechniek, social design

Een volle boekenplank met interessante boeken en publicaties die ik heb gelezen of geschreven.

In 1986 publiceerde ik een artikel over een integrale aanpak voor het uitvoeren van automatiseringsprojecten door niet alleen de technische, maar ook de sociaal/organisatorische aspecten te betrekken en in de ontwerpfase gebruik te maken van de kennis van de toekomstige gebruikers van het systeem.

T. Jansen, Gebruikersparticipatie bij automatisering. Informatie, jaargang 28, nr. 6. Dit artikel is gebruikt in het boek van prof. Theo Bemelmans Bestuurlijke informatiesystemen en automatisering. Het artikel over gebruikersparticipatie was een spin off van het onderzoek naar de besluitvormingsprocessen bij automatisering dat wij in 1985 uitvoerden i.o.v. Wetenschapsbeleid van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen. Directeur in die tijd was Friso den Hertog die in 1975 promoveerde op het proefschrift Werkstrukturering: ervaringen met alternatieve werkorganisaties binnen het Philips bedrijf. Hij speelde later een belangrijke rol bij de verdere ontwikkeling van de Dutch Sociotechniek, toen hij werkte op de universiteit van Maastricht.

In NRC Handelsblad Supplement Mens en Bedrijf van 4 juni 1986 vertelt Toon Jansen over zijn ervaringen met automatisering en geeft zijn visie over een integrale aanpak en het betrekken van gebruikers. De titel van het artikel was zeer toepasselijk: “De AU van automatisering” Journalist was Eefke Smit. Aanleiding was de publicatie in maart 1986 van het rapport Naar en verbetering van de participatiemogelijkheden van ondernemingsraden bij Automatisering. Een verkennend onderzoek naar de besluitvorming bij technologische vernieuwingen voor Wetenschapsbeleid.

social design
interview in de NRC van 4 juni 1986

Over het onderzoek zijn ook artikelen verschenen in Computable, Computerworld, Automatisering Gids en de vakbladen voor ondernemingsraden.

Automatisering was begin jaren tachtig een hype en de boodschap was dat Nederland achterliep. Toen het echter op gang kwam, ging er veel mis omdat er alleen aandacht was voor de technische aspecten. 

Ik schreef in 1984 de paper ‘Naar een sociaal aanvaardbare invoering van productieautomatisering’ (Stichting Arbeid en Nieuwe Technologie – SANT Amsterdam). De stelling was dat sociale innovatie noodzakelijk is om te kunnen profiteren van de toepassing van nieuwe technologieën.

CAD, CAD/CAM en MRP

In de jaren tachtig heb ik veel onderzoek gedaan naar de betekenis en gevolgen van de invoering van Computer Aided Design (CAD), CAD/CAM en Material Resources Planning (MRP) in de industrie (o.a. Fokker, Hoogovens, Philips, div. bedrijven van Stork). Zelfs nog betrokken geweest bij de ontwikkeling van een onbemande fabiek in het kader van het Programma Flexibele Productie Automatisering (FPA) van het Ministerie van Economische Zaken.

In die periode werden bij Fokker twee nieuwe vliegtuigen ontworpen met CAD systemen. Daarvoor had Fokker zoveel ontwerpers nodig dat een deel van hen met de CAD computers in containers aan het werk was. 

Fokker was overigens op het gebied van CAD/CAM wereldwijd een topbedrijf. Het fabriceren van complexe onderdelen gebeurde bijv. met computer gestuurde machines (CNC).social designcartoon bij het artikel ‘De opmars van CAD/CAM in Nederland’ van Toon Jansen

Nieuwe technologie en sociale innovatie

Omdat wij de verbetering van de kwaliteit van de arbeid bij de invoering van technologie als doel hadden, probeerden wij dit in bedrijven te promoten. Daarbij waren wij voorstander van het werken in teams. Wij hanteerden daarvoor toen nog het begrip semi-autonome groepen, een gangbaar begrip onder arbeidssociologen en sociotechnici. Maar de FME had werken in teams in de ban gedaan! Deze werkgeversvereniging was bang dat werknemers dan teveel invloed (macht) op de werkvloer zouden kunnen krijgen.

De arbeidsverhoudingen waren in de jaren zeventig en tachtig behoorlijk gespannen.

Ik herinner me dat als je met een directeur van een industrieel bedrijf praatte over technologie en kwaliteit van de arbeid dat je dan maar beter niet het begrip semi-autonome groepen moest gebruiken. Want dan stond je snel weer op straat.

In de jaren tachtig was Japan de opkomende supermacht, vergelijkbaar wat China nu is. Om het suces met eigen ogen te aanschouwen gingen captains of industrie op bezoek in Japan.

De ondernemers kwamen heel enthousiast terug uit Japan met de boodschap dat vooral het werken in teams…! een belangrijke succesfactor was. Dit was nu precies wat zij jarenlang hadden tegengehouden.

Dit spreekt boekdelen over het conservatisme en de weinig innovatieve houding van het Nederlandse management van industriële bedrijven in die periode. Er waren wel uitzonderingen, zoals Scania en Fokker, waar de directie veel meer open stond voor het betrekken van de ideeën van werknemers op de werkvloer. Ook bij DAF-Trucks begon de kwaliteit van de arbeid voet aan de grond te krijgen door het pionierswerk van Ulbo De Sitter.

In het artikel Bedrijfsleven in de ban van nieuwe technologie van Pieter Broertjes in De Volkskrant van  januari 1987 werd deze conservatieve houding nog eens onderstreept met de uitspraken van topbestuurders uit de industrie. Jan Schermer van de Industriebond FNV verzocht op een studiebijeenkomst beleefd aan de bak te mogen komen als het om invoering van nieuwe technologie gaat. Zijn verzoek werd door Philips-hoofddirecteur van den Brand rauw van de hand gewezen. Deze noemde de ambitie van de Industriebond FNV veel te hoog.

Ondernemers, aldus de Philipsman streng, zullen zelf de besluiten blijven nemen over technologie-investeringen’. Hij voegde daar aan toe: “Als u het met de werkgevers daadwerkelijk eens wilt worden over het te voeren technologiebeleid, dan waarschuw ik u voor een ernstige teleurstelling.”

Van den Brand raadde de vakbonden aan zich te verstaan met de ondernemingsraad, de gesprekspartner van de (sic) moderne ondernemer. Pieter Broertjes eindigt het artikel als volgt: “Hij wees echter niet op een recent rapport van de Stichting Arbeid en Nieuwe Technologie (SANT) waaruit zonneklaar blijkt dat de meeste ondernemingsraden geen enkel inzicht hebben in automatiseringsprocessen.”

Innovatie bij Scania in de jaren tachtig

Eind jaren tachtig kwam ik regelmatig in de vrachtwagenfabriek van Scania in Zwolle. Dit gebeurde in het kader van een onderzoek naar kwaliteitszorg en kwaliteit van de arbeid in de Nederlandse industrie. Een van de mooiste projecten die ik in mijn carrière als onderzoeker en consultant heb mogen meemaken vond plaats in deze fabriek. In die tijd liep Zweden, en vooral Volvo, wereldwijd op kop met de humanisering van de arbeid. Scania in Zwolle was in de jaren tachtig voortdurend bezig met het verbeteren van de kwaliteit en zodoende een voorbeeld in de Nederlandse industrie. Dit gebeurde met kwaliteitskringen waarin medewerkers uit de fabriek samen nadachten hoe allerlei zaken verbeterd konden worden. Rond 1989 was ook het eerste deel van de

social design
een Scania in de jaren zestig

assemblagelijn aan de beurt, waarin het platform (het frame) van de vrachtauto in elkaar werd gezet. Tot dat jaar voerden de medewerkers iedere dag dezelfde repeterende taken uit. Het werk was vermoeiend omdat zij steeds zware apparaten moesten tillen. Medewerkers kregen rugklachten.

Toen zij in een kwaliteitskring aan verbeteringen mochten gaan werken, grepen zij hun kans om innovaties door te voeren. Het resultaat was dat er een apparaat werd gemaakt waarin het hele platform kon worden gekanteld zodat zij niet steeds hoefden te bukken. De zware apparaten werden met contragewichten boven de assemblagelijn opgehangen, zodat ze een stuk minder wogen.

De medewerker gingen alle taken uitvoeren en deden om de beurt de eindcontrole. Resultaten waren foutloos assembleren, optimale arbeidsomstandigheden en veel leuker (team)werk.

Kwaliteitszorg en kwaliteit van de arbeid

In de tweede helft van de jaren tachtig ben ik me ook gaan richten op kwaliteitszorg. Met Pieter Jan van Delden onderzoek gedaan naar Kwaliteitszorg en kwaliteit van de arbeid in Nederlandse industrie in opdracht van de Nederlandse Herstructureringsmaatschappij (Nehem). Publicatie in 1987. We zijn daarvoor uitgebreid mee gaan doen met kwaliteitszorg projecten in o.a. bij Scania, Volvo, Stork en KLM. In 1990 heb ik samen met Pieter Jan een scholingspakket en aanpak met software ontwikkeld voor ondernemingsraden om grip te krijgen op kwaliteitszorg en kwaliteit van de arbeid. De methodiek is ook geleverd in de vorm van software voor het uitvoeren van analyses om de kwaliteit van producten en arbeid te verbeteren. Dit project werd gefinancierd door de Ministeries van EZ en SZW. Publicatie boek en software in 1991.  social design

Publicaties op de boekenplank

Toon JansenMet Lof. Werknemers en integrale kwaliteitszorg.Logistiek en Kwaliteit deel 2. FNV 1993. Dit boek gaat over de rol die werknemers (kunnen) spelen bij het verbeteren van de kwaliteit van producten en processen en van hun eigen arbeidssituatie. Met een pleidooi om met alle stakeholders een kwaliteitscoalitie te vormen.

‘Shareholder Satisfaction’

A.M. Jansen, Balanced scorecard verdient vijfde perspectief. Personeel en milieu eisen aandacht controller. Controllersvizier nr. 1 1996. Meer winst op korte termijn of overleven op lange termijn? Macho-management gericht op shareholder satisfaction of een positief change-management gericht op een betere toekomst voor bedrijf, werknemers en milieu? Het zijn twee ‘filosofieën’ die in de praktijk zijn aan te treffen. Wat is de rol van de controller temidden van dit geweld? Geschreven in het kader van de Postdoc Controllers opleiding van de UVA.

Van Schumpeter naar Porter

In de jaren tachtig maakte ik kennis met het werk van Ilya Prigogine, Nobelprijswinnaar voor scheikunde met zijn theorie van dissipatieve structuren. Hij overbrugt hiermee de kloof tussen biologie en natuurkunde. Prigogine stelt dat hoe complexer een dissipatieve structuur is, hoe meer energie er nodig is om al die verbindingen in stand te houden. Daarom is deze gevoeliger voor interne fluctuaties.

De instabiliteit die optreedt in (biologische) systemen vormt de sleutel tot transformatie. Wanneer fluctuaties een kritische omvang bereiken dan verstoren zij het systeem. De delen reorganiseren zich in een nieuwe eenheid en het systeem bereikt een hogere orde.

Deze theorie was voor mij een ‘eye-opener’. Want ik constateerde dat dergelijke processen zich ook in de samenleving afspelen door bijv. de opkomst van sociale bewegingen, nieuwe denkbeelden over emancipatie, het ontstaan van nieuwe coalities van stakeholders, e.d. De theorie van Prigogine heeft verwantschap met de theorie van ‘creatieve destructie’van Joseph Schumpeter (1942). Hij doelde op een proces van cyclische innovatie waardoor oude industrieën sterven en nieuwe worden geboren. Creativiteit kan leiden tot deconstructie van organisatie die zich niet aanpassen. Een andere vergelijkbare ontwikkelingstheorie is beschreven door Norbert Elias in Het civilisatieproces (1982). Jaren later -rond 1995- waren Besturen van Veranderingsprocessenvan A.C.J. de Leeuw (1994) en de lerende organisatievan Peter Senge, mooie aanvullingen. Maar de theorie van Ilya Prigogine blijft voor mij met stip op nummer 1 staan.

Rond 1990 dook ik in de boeken van Michael Porter, ConcurrentiestrategieenConcurrentievoordeel. Deze boeken hebben mij een goed inzicht gegeven hoe bedrijven voordeel kunnen realiseren, niet door andere bedrijven in een concurrentie-oorlog te verslaan, maar juist door zich te onderscheiden. Verder veel kennis opgedaan over ketens, waardeketen, ketenstrategie, clusters, regionale economische ontwikkeling, e.d. Het uitroepen van de regio Eindhoven in 2011 tot de slimste regio van de wereld heeft volgens mij veel te maken met de in praktijk gebrachte theorie van Michael Porter over clusters en ketens. Hij is nog steeds zeer actief bezig met het publiceren van zijn nieuwe ideeën.

Porter is ervan overtuigd dat nieuwe manieren om te concurreren in toenemende mate samenvloeien met innovaties om maatschappelijke problemen aan te pakken.

social design
brainwriting (tekening tj2011)

Hij heeft zich laten inspireren door de ideeën van C.K. Prahalad en heeft dit verder uitgewerkt in een artikel met de titel‘Creating shared value’. Porter stelt dat een organisatie strategische keuzes kan maken. Door het creëren van maatschappelijke waarde en de menselijke behoeften als uitgangspunt te nemen in plaats van de eisen van de markt. Helemaal mee eens.

LEAN PRODUCTION

James P. Womack, Daniel Jones & Daniel Roos, The Machine that changed the World. Macmillan books1990. Dit boek gaat over lean production in de auto-industrie. Een geweldig boek dat insloeg als een bom. Het verhaal gaat dat de toenmalige topman Aart van der Padt van DAF s’ morgens vroeg om een uur of zeven naar de fabriek was gegaan met 70 exemplaren van dit boek. Hij legde het boek op de bureau’s van de managers met een kort briefje waarop stond: dit boek bespreken we over twee weken.

Wat daarna gebeurde was ongekend. Binnen één, twee jaar hadden Daf en Volvo de gehele toeleveringsketen op z’n kop gezet en de fabrieken gemoderniseerd (ik deed in die tijd onderzoek in de Volvofabriek in Born en ook bij Volvo werd dit boek verplichte kost).

De vakbonden maakten zich grote zorgen omdat lean production veel weg had van Toyotisme, de wijze van produceren in de Japanse fabrieken en de uitbuiting van arbeiders en van de toeleveranciers. [Zo’n fantastisch boek als ‘The Machine’ zou er moeten komen voor de vergroening van de economie.]

Het artikel van Piet Bolwijn en Ted Kumpe gepubliceerd in 1990 Manufacturing in the 1990s – Productivity, Flexibility and Innovation. Long Range Planning, Vol. 23 pp 44 to 57 1990 is een inspirerende eye-opener geweest voor mijn denkbeelden over de ontwikkeling van organisaties.

Uitbesteding en toelevering (lean production)

Ik deed in 1991 en ’92 onderzoek naar uitbesteding en toelevering  in de Nederlandse industrie (o.a. bij Hoogovens, Volvo en Akzo). Het was duidelijk dat deze ontwikkeling zich niet alleen beperkte tot Nederland.

Er was sprake van afslanking bij de uitbestedende partijen, maar het leverde meer kansen voor groei en innovatie bij de toeleverende bedrijven. Daarnaast kwamen er meer opties om de kwaliteit van de arbeid te verbeteren.

Inhet artikel “Ontwikkeling van ‘slanke fabriek’ vraagt andere benadering bonden” schrijft De Volkskrant (15 dec. 1992) over mijn onderzoek:

‘De veranderende industrie, waarbij uitbesteding van taken steeds belangrijker wordt, dwingt de vakbeweging tot een nieuwe strategie’. 

Rond 1995 bleek de vrees voor Japanse toestanden in de Nederlandse industrie echter ongegrond omdat de toeleveranciers ook als co-designers werden ingeschakeld en een steeds belangrijkere rol gingen spelen bij het creëren van meer waarde voor de eindproducten van DAF en Volvo. Wel zijn in die jaren de fabrieken behoorlijk afgeslankt (dus leaner geworden) maar de kwaliteit van het werk werd meestal beter en het werk interessanter. Onderzoek:  Op zoek naar nieuwe grenzen. Uitbesteding van werk Toon Jansen – Diga, Amsterdam 1992.

Sociotechniek

H. Kuipers en P. van Amelsvoort, Slagvaardig organiseren. Inleiding in de sociotechniek als integrale ontwerpleer. Kluwer, 1990. Goed handboek over sociotechniek. De ontwikkeling van de sociotechniek in Nederland is in gang gezet door het pionierswerk van Ulbo De Sitter. Hij bewerkte en vertaalde het boek ‘New Factories’ van twee Zweedse onderzoekers. De Sitter heeft de Zweedse ervaringen, ook wel aangeduid door de Scania-directie als humanisering van de arbeid, verder uitgewerkt in zijn werk ‘Op weg naar nieuwe fabrieken en kantoren’. (1982). De term sociotechniek is overigens voor het eerst gebruikt in de beroemd geworden studies over de Britse Durham-kolenmijnen (Tavistock Institute of Human Relations) die tussen 1950 en 1958 werden uitgevoerd. In dit onderzoek is de relatie tussen ‘technisch systeem’ en ‘sociaal systeem’ vastgesteld. De Human Relations beweging was gericht op de verbetering van de menselijke verhoudingen binnen sociale systemen. Kuipers stelde in 1989: het leidend constructieprincipe van de sociotechnische ontwerpleer is het principe van minimaal mogelijke arbeidsdeling. Ik ben nog op zoek naar een historisch onderzoek dat ik ooit las waarin stond beschreven dat een Franse officier eind 18’e eeuw op een eiland in de Cariben ook heeft geëxperimenteerd met nieuwe vormen van arbeid omdat hij constateerde dat arbeidsdeling niet werkte.

Informatisering en regie

Met informatietechnologie naar nieuwe werktijden, door Toon Jansen (Diga 1991). Dit was een strategische verkenning in opdracht van DG Arbeid van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (S98 1991). Met diverse voorbeelden wordt aangetoond dat de invoering van informatietechnologie zorgt voor veranderingen van werktijden. Soms is dat gunstig voor de kwaliteit van de arbeid maar in bepaalde gevallen niet. Nieuwe technologieën leiden tot vernietiging van banen en tot veranderingen in de wijze waarop arbeid wordt verricht en ingezet.

Het is de vraag of er in de toekomst nog voldoende vraag is voor arbeid met een volledige werkweek voor iedereen. Wel zullen werken, leren en zorgen meer gecombineerd (moeten) worden.

Het is vooral van belang te zorgen dat …

iedere volwassene vier uur per week scholing krijgt zodat zij zich kunnen aanpassen aan de veranderende eisen.

2. Informatisering, interneteconomie,      e-government en groene ICT

A.M. JansenEen besturingsmethode voor ‘integrale’ organisatieverandering. Informatie, jaargang 34, nr. 7/8Een sociotechnische visie op verandering bij het invoeren van informatietechnologie. Het gaat om het afstemmen van de technische, sociale en organisatorische aspecten.

Een visie en aanpak voor het ontwikkelen van een samenhangende business-architectuur met een ontwikkelingscyclus in de vorm van een ‘zandloper’.

Dit artikel is in de jaren negentig gebruikt in de opleidingen (Bestuurlijke) Informatica van diverse universiteiten.

Een tsaar voor de minister?

Onder deze titel schreef ik een artikel in het tijdschrift voor informatie en management TIEM van november/december 2004.

Met een pleidooi voor meer regie van het Rijk (kabinet en Ministerie van Binnenlandse Zaken) op de informatisering van de overheid.

Achtergrond en aanleiding van het artikel: Thom de Graaf was minister van Bestuurlijke Vernieuwing. In het Actieprogramma ‘Andere Overheid’ schrijft de minister dat het boeken van resultaat afhankelijk is van de medewerking van de departementen, mede-overheden, uitvoeringsinstellingen en private instellingen met publieke taken. Als je afhankelijk bent van de medewerking van andere partijen dan heb je blijkbaar geen regie. In Engeland heeft de minister-president de regie en doorzettingsmacht om veranderingen binnen de overheid voor elkaar te krijgen. Vandaar de titel ‘een tsaar voor de minister’ aan het adres van Thom de Graaf.

Een zelfde pleidooi voor meer regie in het volgende artikel:

Evert-Jan Mulder & Toon JansenNederlandse e-government mist centrale sturing.

Deze publicatie in de Automatisering Gids op 

Achtergrond: overheden in omringende landen sturen top down de invoering van e-government projecten. Wij vonden dat dit in Nederland te weinig gebeurde. In het artikel noemde wij Nederland (expres) niet eens, maar niettemin voelde men zich zwaar op de teentjes getrapt. 

social design
transport voor internet bestellingen

 

E-commerce en interneteconomie

De betekenis van Electronic Commerce voor partijen in ketens van consumptiegoederen. Strategische verkenning voor het Ministerie van Economische Zakendrs. A.M. Jansen. EIM 1998.

Intelligent agents, markets and competition. State of the art study on the effects of intelligent agents in markets. Strategic Study van Kees Jonkheer en Toon Jansen. EIM 1998.

Small business, big markets, one world. ISBN: 9037108253. Auteurs: drs. M.L.A.  Peters, drs. A.M.  Jansen, drs. M.  Mosselman. Dit rapport was een introductiepaper van het  International Small Business Congress in 2002.

Signalen uit de netwerkeconomie: Samenwerken op Internet. drs. A.M. Jansen. EIM 2000

‘Nieuw’ ondernemerschap in de kennis- en netwerkeconomie. Strategische Verkenning door drs. Toon Jansen in 2002, ISBN: 9037108563. Het door ondernemers op een nieuwe wijze organiseren van arbeid, kapitaal en kennis wordt beschouwd als ‘nieuw’ ondernemerschap in de  kennis- en netwerkeconomie. Werknemers zijn hierbij essentiële schakels in de kenniscreatie en kennistoepassing.

De ‘nieuwe’ werknemers opereren vaak in externe netwerken en organiseren zelf hun werkzaamheden en het vergaren van kennis.

Zie voor de andere publicaties www.ondernemerschap.nl/publicaties zoals de position paper ‘Nieuw ondermerschap in ICT-, New Media en internetbedrijven in de regio Amsterdam. 2001

Sectoronderzoek Nederlandse Banken. In 2000 heb ik voor het Ministerie van Economische Zaken de concurrentiepositie van Nederlandse Banken onderzocht. Dit was een second opinionop een eerder onderzoek dat was uitgevoerd maar heftig was bekritiseerd door de banken. Mijn onderzoek toonde aan dat zeker een Nederlandse bank voorop liep op het gebied van internetbankieren. 

Jaren later bedacht ik mij dat dit het geval was dankzij de effectieve en efficiënte processen van de Postbank, een eerder door de overheid geprivatiseerde staatsbank.

E-commerce. Ontwikkeling, invoering en effecten en de rol van de Ondernemingsraad. Handboek OR Strategie en beleid. T. Jansen. Kluwer 2002

E-commerce en de factor arbeid. Bevindingen op basis van een verkennend onderzoek. drs. A.M. Jansen et al. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2001. Elsevier publicatie.

E-government en elektronische overheid

Verschillende artikelen over de elektronische overheid in de Automatisering Gids, TIEM (‘Een tsaar voor de minister’) en blogs op Binnenlands Bestuur en bijv. in PM ‘Een slimme overheid is op de toekomst voorbereid’. Lees de blog op http://www.pm.nl/blog/1083/een-slimme-overheid-op-de-toekomst-voorbereid

Maarten Hillenaar en Toon JansenInspirerende voorbeelden van gemeentelijk gebruik van basisregistraties en -gegevens. (april 2005) ICTU/Stroomlijning Basisgegevens. ISBN 90-77227-08-3

social design
voorpagina van de publicatie

Evert-Jan Mulder & Toon JansenNederlandse e-government mist centrale sturing en het artikel in TIEM ‘Een tsaar voor de minister’behandelen het gemis aan regie op de ontwikkeling van de e-overheid.

Duurzame bedrijfsvoering

Toon JansenOrganisaties op ontdekkingstocht. Een besturingsmodel voor omgevingsgericht ondernemen. Bedrijfskunde jaargang 70, 1998, nr 2.

Dit artikel is nog steeds actueel omdat het gaat over het ontwikkelen van een op de omgeving gerichte, gemeenschappelijke visie, stakeholder management, gedeelde waarden (shared values) en het duurzamer maken van de bedrijfsvoering. 

Verder pleidooi voor het werken met teams en coaches (in plaats van managers). In dit artikel zijn onder meer de denkbeelden van Prigogine en Elias verwerkt.

Zero-management

Bestuurders en managers hebben de samenleving te veel op kosten gejaagd met hun fusies, schaalvergroting en zelfverrijking. We hebben ook veel te veel managers in Nederland. Het is tijd om de bakens te verzetten en professionals op de werkvloer centraal te stellen.

Omdat managers geen productieve arbeid verrichten hebben zij tijd om allerlei activiteiten te verzinnen waar de mensen op de werkvloer last van hebben. Managers krijgen meestal veel meer salaris dan de werknemers die het uitvoerende werk moeten doen. Bezuinigingen treffen bijna altijd werknemers die produceren en niet de bestuurders en managers. Het wordt tijd om de managementlagen weg te snijden en sociale innovaties in het werk door te voeren. Een meewerkend voorman of -vrouw die produceert en daarnaast leiding geeft, werkt in de praktijk vaak wel goed.

Door de vergrijzing is het van belang om mensen beter te benutten. Ieder talent dat verloren gaat is verspilling. Veel mensen hebben geen baas meer nodig. Zonder managers ontwikkelen medewerker in organisaties  sneller nieuwe competenties, leiderschapskwaliteiten en verantwoordelijkheidsgevoel. Dit ervaren bedrijven die zonder managers werken.

Van Cradle to Cradle naar circulair

Michael Braungart &  William Mcdonough, Cradle to Cradle. Afval = voedsel2007 Search (initiatief van Anne-Marie Rakhorst). In het boek staat een stappenplan naar eco-effectiviteit. De eerder uitgezonden Tegenlicht documentaire van de VPRO over dit thema heeft een grote invloed gehad op beleidsmakers en ondernemers. Een aantal grote projecten in Nederland zijn gebaseerd op het principe van cradle to cradle. Zoals de Floriade in Venlo. Het begrip is een paar jaar heel populair geweest maar is inmiddels vervangen door circulair.

Duurzame bedrijfsvoering

Jeroen Walschots, Toon Jansen en Arjan de Jager, Duurzaam Bestuur(d), Bouwstenen voor duurzame bedrijfsvoering en groene ICT. SDU Uitgevers, 2009. In de publicatie staat duurzaam leiderschap centraal. social design

Zowel een premier van een kabinet, een minister, een bestuurder als een ambtenaar kan een voorbeeld zijn voor anderen, initiatieven nemen, doorbraken (proberen te) forceren, knopen doorhakken en verantwoordelijkheid  nemen als dingen niet goed gaan.

Er zijn ambtenaren die hun hoofd boven het maaiveld uitsteken door het tonen van persoonlijk leiderschap en het nemen van initiatieven om hun organisaties duurzamer te maken.

In het boek staat een handelingskader voor duurzame bedrijfsvoering en met name groene ICT.

Groene ICT – Green ICT, sustainability & service oriented software

(2010) Lago, P.; Jansen, T. & Jansen, M.The Service Greenery – Integrating Sustainability In Service Oriented SoftwareInternational Workshop on Software Research and Climate Change (WSRCC), co-located with ACM/IEEE ICSE, 2010, 2

Patricia Lago & Toon JansenCreating Environmental Awareness in Service Oriented Software Engineering. 2010. Patricia Lago VU University Amsterdam, The Netherlands and Toon Jansen Het Expertise Centrum, The Netherlands.

Via deze link kunt u een interview met Michael Porter bekijken http://hbr.org/2011/01/the-big-idea-creating-shared-value. Op deze site staat een toolkit voor een op duurzaamheid gerichte shared value aanpak. Elementen daarvoor zitten in de artikelen ‘Een besturingsmethode voor integrale organisatieverandering’ en ‘Organisaties op ontdekkingstocht’.

De blogs op deze website gaan over broed- en maakplaatsen, 3D printing, Nederland in Transitie, inclusieve buurteconomie, democratie, stedebouwkundige architectuur en andere onderwerpen over stedelijke ontwikkeling van onderop.

social design
‘connected city’ (ontwerp geopatronen toonjans_2013)

In de tekst en bij de afbeeldingen zijn voor zover bekend de namen van de makers en andere betrokkenen gemeld. Indien er nog bronnen ontbreken dan graag een reactie plaatsen.

3. Smart City is meer dan informatietechnologie

Is de smart city een digitale stad boordevol met ICT en technologie? Er zijn steden die dat zo benaderen. Den Haag stelt: “Smart City: samen slimmer sturen op middelen door middel van technologie”. Overigens heeft deze stad de visie en doelen heel concreet uitgewerkt.

Technologie is inderdaad een belangrijk middel, maar wij zien dit als één van de bouwstenen van de stad van de toekomst. Er zijn nog legio andere opties, zoals het voorbeeld van de caminos-escolares uit Barcelona (verderop in dit artikel) laat zien.

Wij vinden een hoog ontwikkeld organisatievermogen ook smart!

Het gaat dan met name om het ontwikkelen van het organisatievermogen van een stedelijke samenleving naar een hoger niveau zodat burgers, innovatieve bedrijven, de gemeente en andere partijen samen de stad innovatiever, leefbaarder en duurzamer kunnen maken.

social design
bron: gemeente Amsterdam

In een echte smart city kunnen burgers en innovatieve ondernemers mee bepalen hoe de samenleving zich ontwikkelt. 

 ICT in een smart city

Mensen kunnen betere en vooral ook duurzamere besluiten nemen als zij op een handige manier informatie uit verschillende bronnen kunnen koppelen en afstemmen. Apps zijn prima tools hiervoor. ICT-toepassing van ‘de smart city’ kunnen vooral nuttig zijn om het verkeer van personen en goederen efficiënter, veiliger en schoner te maken. Verder bij het delen van duurzame energie.

Het is een uitdaging om big data te vertalen in waarde voor mensen; dit lukt echter alleen als mensen de data-sets zelf kunnen vormgeven (en beveiligen) met apps en de toepassing daarvan kunnen aanpassen aan de eigen situatie en behoefte.

Stel dat u met uw smartphone informatie kan verzamelen uit verschillende organisaties, bijv. over lesroosters, afspraken en reistijden dan kunt u veel effectiever uw dagdeling organiseren. 

Als u vervolgens ook nog lokale informatie als feedback kunt toevoegen dan ontstaat een interactief informatiesysteem. Omdat de leefpatronen van veel mensen ingewikkelder worden, zullen dergelijke toepassingen heel handig en nuttig kunnen zijn om de dagindeling efficiënter en duurzamer in te richten. Maar wel met maximale bescherming van de privacy en de persoonlijke data moet het eigendom zijn van de gebruiker.

Risico van een ICT-hype

Wij vinden dat de waarde van ICT voor Smart Cities initiatieven te sterk wordt benadrukt en dat er zodoende een ICT-hype is gecreëerd. Voorstanders van ICT roepen steden op hierin sterk te blijven investeren. De vraag is of het verstandig is om ICT (en bijvoorbeeld big data) te zien als de (voornaamste) ‘enabler’ van de ontwikkeling van de stad van de toekomst. ICT, sensoren, big data en apps kunnen prachtige toepassingen bieden. Maar er zijn vaak ook andere, slimme(re) oplossingen mogelijk.

‘No one likes a city that’s too smart’

Wij zijn het eens met de socioloog Richard Sennett als hij stelt dat de nadruk op ‘te smart’, kortom efficiency ten koste gaat van de leefbaarheid.

In de Guardian schreef hij een artikel met de titel ‘No one likes a city that’s too smart’. Het is natuurlijk prettig als alles in een stad goed geregeld is, maar de manier waarop dat gebeurt vindt hij te bedacht en te veel van bovenaf opgelegd. Hij nam daarbij de Koreaanse Smart City New Songho als voorbeeld.

China lijkt deze Koreaanse smart city wel te waarderen en schijnt er twee te willen ‘bestellen’. Dan lijkt de smart city inderdaad een gefabriceerd product, maar misschien is dat wel nodig om de groei van de wereldbevolking in goede banen te leiden. Gelukkig hebben we in de steden een sterke beweging van burgers en kleine bedrijven die de samenleving van onderop wil veranderen en vormgeven. Kijk maar eens op de website www.dezwijger.nl .

Kortom, smart is één van de aspecten van de stad van de toekomst. Die kunnen we realiseren met creatieve, innovatieve en ondernemende burgers. Aan de steden om die te faciliteren!

Data is niet neutraal

RIVM heeft in Amsterdam meetkasten opgesteld om de vervuiling door CO2 en fijnstof te meten. Deze meetkasten staan niet op kruispunten met de meest vervuilde locaties in de stad maar op plekken waar de vervuiling ‘gemiddeld’ is. De locatie van de kasten is het gevolg van een politieke besluitvorming. Daarom komt er uit die kasten data die niet neutraal is. Ook al staat voor 100% vast dat mensen die langs snelwegen wonen, korter leven, dan nog kan een kabinet besluiten om de maximum snelheid te verhogen. Er is dus geen garantie dat zelfs door de wetenschap gevalideerde data tot de juiste politieke besluitvorming leidt. ‘Juist’ met als resultaat dat wonen langs de snelweg gezonder wordt.

Cruciale vraag is wie bepaalt welke data wordt verzameld

Er wordt steeds meer data geproduceerd. Daarom wordt het voor burgers steeds belangrijker om de data zelfstandig te kunnen interpreteren en op waarde te kunnen schatten. Dat kan met open data. Maar omdat wij stellen dat data niet (altijd) neutraal is, zal ook de besluitvorming over de wijze waarop de data wordt verzameld, openbaar moeten worden. Bovendien kan software ook nog data manipuleren en fabriceren voor eigen gewin zoals met de dieselauto’s van het Volkswagen concern.

In software kán ook opzettelijk geheime spookdata worden gebracht om de gebruikers daarvan op het verkeerde been te zetten. In wetenschappelijk onderzoek gebeurt dit wel eens om te kijken of analyseteams bepaalde signalen oppikken zodat de werking van een experiment kan worden getest. Gelukkig zijn er geen voorbeelden bekend uit de dagelijkse praktijk.     

Big data leidt niet altijd tot ‘gezonde’ politieke besluitvorming

social design
Quadruple Helix, toegepast door Pakhuis de Zwijger

Ondanks het feit dat er harde bewijzen zijn dat het klimaat snel opwarmt, neemt de Nederlandse regering onvoldoende maatregelen of soms zelfs maatregelen die schadelijk zijn voor het klimaat. Daarom is Urgenda naar de rechter gestapt om een stringenter klimaatbeleid af te dwingen bij de Nederlandse Staat. De Haagse rechtbank heeft de eisers in het gelijk gesteld; de overheid moet volgens de rechter meer en effectievere klimaatacties ondernemen.

Een aantal gemeenten in Nederland stimuleert de smart city. Maar het is niet duidelijk met welke uitgangspunten wordt samengewerkt met bedrijven. En welke data wordt gebruikt.  Gemeenten zullen daarom veel transparanter moeten zijn bij het vormgeven van hun smart city.

Amsterdam heeft in 2017 zes richtlijnen opgesteld voor het ontwerpen van de digitale datastad. De richtlijnen hoe om te gaan met data is te  zien in deze video.

Geen zwarte dozen in de smart cities

De gemeente Eindhoven en TU Eindhoven slaan de handen ineen om maatschappelijke uitdagingen structureel aan te pakken. Ze koppelen technologie, design en innovatie in living labs aan uitdagingen op het gebied van mobiliteit, energie, gezondheid, educatie, licht en de openbare ruimte. Wethouder Mary-Ann Schreurs (Innovatie en Design) wil met een proeftuinaanpak innovatieve projecten in de praktijk onderzoeken.

De toekomst is in de woorden van Schreurs ‘meer dan een technologisch systeem met een designsausje erover’. Toegepaste data, modellen, robotica en nieuwe vormen van samenwerking tussen TU en gemeente moeten uiteenlopende en onverwachte oplossingen dichterbij brengen. Door het open karakter van de samenwerking wordt in co-creatie gewerkt en uitgevoerd met diverse andere partijen.

In de video hieronder zegt wethouder Mary-Ann Schreurs. ‘Met elkaar zijn we ons ervan bewust dat we de nieuwe wereld aan het maken zijn. We weten niet hoe die er precies uit gaat zien, maar we weten wél dat wij daarin een rol kunnen spelen en dat is fantastisch. Met elkaar zijn we aan het ontdekken – hérontdekken – wat een samenleving is, wat kwaliteit van leven is en hoe we dat kunnen realiseren.’  Daarbij is het van belang dat we geen zwarte dozen creëren waarvan we niet weten wat er (technologie, data, etc.) in zit. Het moet open en toegankelijk zijn.  {waarvan akte}

Hoe voorkom je ‘zwarte dozen’ in de Smart Cities?

slimmer organiseren!

Op een universiteit in de VS is aan studenten gevraagd hoe zij naar een smart city kijken. In de video hieronder is het resultaat te zien en het blijkt dat ICT niet prominent wordt genoemd.

Wij zien een smart city vooral als een stad waarin de overheid initiatieven van burgers, kleine bedrijven en sociale ondernemers faciliteert.

social design
bron: ajuntament.barcelona.cat

De grootste uitdaging voor de komende tien jaar is dat we gaan leren om de ontwikkeling van onze steden samen vorm te geven. Slimmer, socialer en duurzamer organiseren staat hoog op onze agenda. Burgers, start-ups, creatieven en professionals kunnen samen met de overheid problemen op lossen die de overheid alleen niet kan oplossen. Om dit te kunnen realiseren is het noodzakelijk om beter te leren samenwerken. De complexiteit van de vraagstukken vereist een hoger ontwikkeld organisatievermogen. Waarbij ook wordt vermeden om alle problemen te willen oplossen met ICT. Een voorbeeld uit Barcelona geeft goed aan wat we hiermee bedoelen.

Caminos-escolares: veilige schoolroutes in Barcelona

Bezoekers van Barcelona hebben misschien signalen met groene golven op straat gezien met de tekst “Camí escolar, espai amic”. Dit betekent schoolroute, vriendelijke en veilige plek om over te steken. Het ‘smart city’ project is bedoeld om te stimuleren dat scholieren zelf veilig naar school en weer terug naar huis kunnen gaan. En ook om hun wijk beter te leren kennen en het gevoel voor oriëntatie te verbeteren. Deze schoolroutes zijn projecten waaraan veel partijen samenwerken.

Los caminos escolares son proyectos participativos que forman parte de las políticas de sensibilización y educación vial, que apuestan por una nueva cultura de la movilidad que prioriza la calidad de vida y el respeto al entorno tanto ambiental como social.

Het schoolroute project is een onderdeel van beleid dat burgers bewust moet maken van een nieuwe mobiliteitscultuur met prioriteit voor de leefkwaliteit met respect voor de sociale omgeving en het milieu.

Het schoolroute-project richt zich op kinderen en hun families, scholen, organisaties van schoolouders en de omgeving van de scholen. Dit betekent dat ook winkeliers, buren, de lokale politie, etc. verantwoordelijkheid nemen als betrokkenen bij het onderwijs. Dit project gaat echter verder dan alleen het maken van veilige routes. Het is ook de bedoeling om iedereen te betrekken om het voortdurend beter te maken.

117 scholen en onderwijsinstellingen in alle wijken deden mee in 2014

social design
bron: ajuntament.barcelona.cat

 

 

 

 

 

 

Dit project in Barcelona toont aan dat je een stad ook slimmer kunt maken zonder ICT toe te passen!

* Stadmakers werken al heel ‘smart’

‘Wij maken de stad’  is een veelgebruikte terminologie in steden als Rotterdam, Amsterdam en Almere. Pakhuis de Zwijger gebruikt de term stad maker op de volgende manier: ‘”Stadmakers noemen wij ze. Een eretitel.”

Stadmakers zijn mensen die initiatieven nemen om de stad socialer, leefbaarder, aangenamer en duurzamer te maken. Meestal zijn dat initiatief nemende burgers, creatieve professionals en sociale ondernemers. Maar een ambtenaar die dat faciliteert noemen we ook een stadmaker.

De beweging van stadmakers wordt ook wel do-it-yourself genoemd. Wij spreken liever over do-it-together! Pakhuis de Zwijger coördineert deze beweging in Nederland en Europa.

Creativiteit is een belangrijke eigenschap van stadmakers.

social design
smart_city_wild_projects_creativiteit

2016, het jaar van de Europese stadmakers?

In het voorjaar van 2016 is Nederland voorzitter van de EU. De Europese top is in Amsterdam. Tegelijkertijd vindt een top van Europese burgers plaats. Deze burgers willen de Europese leiders laten zien hoe zij aan transities in hun steden werken. Een unieke bijeenkomst, georganiseerd door Pakhuis de Zwijger in Amsterdam.

Burgers, creatieven en innovatieve ondernemers worden stadmakers (citymakers) genoemd. Op de website http://www.stedenintransitie.nl staan veel voorbeelden van geslaagde projecten. Stadmakers willen dat gemeenten initiatiefnemers structureel meer ruimte geven om hun plannen te realiseren. In een aantal gemeenten zijn daarvoor proefprojecten opgestart, zoals de ‘Right to Challenge’ in Rotterdam.

De rol van burgers in de Europese steden wordt ook erkend door de EU. Daarvoor is de Urban Agenda ontwikkeld. Nederlandse ministeries werken aan de Agenda Stad.

smart_city_wild_projects
afbeelding: Europese website van stadmakers (bron: Pakhuis de Zwijger)

Bronnen: de Europese website van stadmakers is https://citiesintransition.eu en het plaatje bovenaan deze pagina is van smart city Amsterdam.

Gemeenten en smart cities

Een aantal steden zijn bezig met het ontwikkelen van hun smart city. Zoals Amsterdam, Barcelona, Eindhoven, Londen en Rotterdam. Sommige steden leggen een direct verband met technologie, zoals Londen:  ‘Using the creative power of new technologies to serve London and improve Londoners’ lives’. 

Zoals uit het voorgaande duidelijk wordt, leggen wij deze koppeling juist niet. Bovendien beschouwen wij het smart city beleid als een onderdeel van de overkoepelde visie en strategie voor de stad van de toekomst. Verder gaan de veranderingen zo snel dat het voor een college en het ambtelijk apparaat steeds moeilijker wordt om adequaat te handelen zonder de bottom-up initiatieven te faciliteren.

Om de innovatie in de steden meer vaart te geven zijn de volgende bestuurlijke aanbevelingen van belang:

  • creëer ruimte voor initiatiefnemers om te experimenteren, een buurteconomie te ontwikkelen, enz.
  • zorg voor een gelijk speelveld tussen de overheid en creatieve, innovatieve burgers en ondernemers
  • neem de problemen en de uitdagingen in de stad als uitgangspunt voor innovatie
  • zet de menselijk maat tegenover technologie
  • bewaak de privacy van burgers
  • organiseer afstemming en samenwerking tussen de steden om kennis en ervaring te delen en veelbelovende projecten te kunnen opschalen. 

De video geeft een goed voorbeeld van de stad Amsterdam die startups uitnodigt oplossingen te bedenken voor stedelijke vraagstukken.

En voorbeeld van een model voor landelijke ‘smart-regie’ en smart-governance’.Bij de teksten en afbeeldingen zijn voor zover mogelijk de namen van de makers en andere betrokkenen gemeld. Indien er nog bronnen ontbreken dan graag een reactie plaatsen.’social design

NAAR-BEGIN-PAGINA

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

kunst, cultuur en architectuur